Kruiden vroeger en nu

De wetenschap ontwikkelt zich met duizelingwekkende snelheid. Wat vandaag nieuws is, is morgen achterhaald en overmorgen hopeloos ouderwets. Hoewel……. wanneer we de waarden en normen aangaande de gezondheidszorg sinds de Middeleeuwen aan ons geestesoog voorbij laten gaan, is er dan wel zoveel veranderd? In oude kronieken vinden we onder andere verhandelingen over Wolfskers, Bilzekruid en Alruin, ook wel de verboden heksenkruiden genoemd: de smart-drugs van de Middeleeuwen. En laten we eerlijk zijn, ziet de huisapotheek van de ongeletterde middeleeuwer er werkelijk zoveel anders uit dan die van de kosmopoliet van de 21e eeuw?

Kruiden: Bijvoorbeeld knoflook, onmisbaar voor een goede gezondheid willen diverse fabrikanten van poeders en pillen ons doen geloven. In de duistere Middeleeuwen droeg men knoflook bij zich als talisman tegen tovenarij en vampiers. Genuanceerde antieke geschriften informeren ons over de bloedzuiverende, ontkrampende en remmende werking op het verouderingsproces en werd ook wel ‘arme-mans-tegengif’ genoemd. Deze slogan betreffende knoflook is tegenwoordig nog steeds actueel. Naast het positieve effect van knoflook op hart en bloedvaten, sterkt het de soldaten van ons lichaam. Allium Sativum, de Latijnse benaming van knoflook, geeft ons de wapens in handen om bacterie-, schimmel- en virusinfecties te bestrijden en voorkomen. Van een gewone verkoudheid, bronchitis, voedselvergiftiging, parasitaire worminfecties en Candida Albicans tot en met insectenbeten. Dioscorides ( een wijsgeer uit de antieke oudheid ) schreef net zoals Plinius knoflook voor bij worminfecties en vocht-ophoping en baseerde z’n kennis deels op oude Egyptische, Chinese, Griekse en Chaldeeuwse geschriften. Bovendien ziet men in de Traditionele Chinese Geneeskunde knoflook als hxe8t middel om de algehele weerstand te optimaliseren. Recentelijk opgedoken ziekteverwekkers welke we eigenlijk tot het verleden rekenden zoals TBC en Meningokok krijgen minder bestaansrecht en worden effectiever bestreden door ons immuunsysteem.
Hierbij wordt wederom uitgegaan van de aloude stelregel: ‘Het geheel is meer dan de som der delen’, dus liever knoflookteentjes door gerechten genieten dan een pil of poeder slikken.

Voor Allium Cepa gaat vrijwel hetzelfde op als Allium Sativa. De ons overbekende ui is net als knoflook bijna niet weg te denken uit de gezonde en smaak-kritische keuken en beschikt over overeenkomstig eigenschappen als z’n kleinere familielid. Met dit verschil dat de ui naast de verwarmende en circulatie bevorderende werking het lichaam helpt afvalstoffen af te voeren via traanvocht, snottebellen en lymfedrainage door sterke vochtafdrijvende inhoudstoffen.
Uien bevatten zwavel, wat een sterk ontsmettende werking heeft op de omgeving en het wel degelijk zinvol is om een doorgesneden ui naast het bed te zetten bij griep of verkoudheid. Niet alleen in de Middeleeuwen maar ook heden ten dage gelooft men in diverse culturen dat uien bij de buitendeur ziektes en pestbacillen letterlijk buiten de deur houden. De lijfarts van Koningin Elisabeth I, William Crowley, adviseerde uien-sap bij de genezing van buskruit- en brandwonden. In 1959 kwam de onderzoeker Hymans tot de conclusie dat de ui een plantaardig expectorans is waarmee de volksgeneeskunde de reguliere gezondheidszorg een enorme dienst zou kunnen bewijzen. 108 Huisartsen werkten mee aan dit onderzoek waarbij patixebnten met chronische bronchitis Allium Cepa voorgeschreven kregen en ten minste 62% van de huisartsen positieve resultaten registreerden.
De onrijpe versie van de ui kennen we als sjalotjes, welke een enorme vitaliserende werking en bijbehorende smaak bezitten, dus voorzichtig doseren!
Karel de Grote probeerde in zijn boek ‘Capitularia’ iedereen enthousiast te maken over salie: bevordert de spijsvertering, verlaagt de bloeddruk, reguleert de urine- en galafscheiding en activeert de wondgenezing. Een Engels gezegde luidt: ‘Wie in de Meimaand salie eet, krijgt levensjaren bij de vleet’. In het Oude Rome benoemde men salie als Salvia Officinalis, verwijzend naar het Latijnse salvus ( = gezond ) of salvare ( = genezen ). Misschien vanzelfsprekend dat met de opkomst van het Neo-Classisisme onze voorouders de antieke kruidengeneeskunde herwaardeerden. Michel de Notre Dame, beter bekent onder z’n synoniem Nostradamus, beschouwde salie als een wezenlijk onderdeel van zijn succesvolle remedie tegen de pestepidemie. Een gevleugelde uitspraak ten tijde van Asterix en Obelix die het Imperium Romanum weerstand boden: ‘Salvia salvatrix, naturae conciliatrix’. Dit betekent zoveel als Salie de redster is de tolk van de geneeskracht van de natuur. Salie werkt samentrekkend en afdrijvend, dus niet gebruiken tijdens zwangerschap en/of lactatie ( het doet de productie van borstvoeding afnemen ). Door de samentrekkende werking bezit salie een bloeddruk verlagende, menstruatie regulerende, gal- en urine- afdrijvende werking en wond helende eigenschappen. Salie is bacterie dodend en samentrekkend, dus een milieu-vriendelijk schoonmaakmiddel voor ons tandvlees bij allerlei mond- en luchtweginfecties.

Taraxacum Officinale is de Latijnse benaming voor de in iedere graskant groeiende paardebloem. Sinds het ontstaan van het schrift staat dit kruid te boek als een succesvol middel tegen een oogziekte, welke door voorgaande generaties artsen aangeduid werd als Taraxis. Tegenwoordig ziet men deze gele weidebloem als bloedzuiverend en slijmvlies herstellend, en maakt daarom vaak deel uit van koffiesurrogaten welke de maagwand ontzien. John Gerard, een 16e eeuwse kruidendeskundige, noemde dit lid van de familie der Composieten ‘ die ronde donzige blaas-bal ook wel pissebed vanwege z’n urine-afdrijvende werking’. Inwendig worden de diverse delen van deze plant gebruikt bij leverkwalen, maagstoornissen, nierziekten ontstekingen van de galblaas en spijsverteringsproblemen voornamelijk door de samentrekkende werking van tannine en taraxine. Uitwendig wordt het veelvuldig toegepast bij eczeem en zweren.

Leave a Comment